Wilt u meer weten over enkele meer geavanceerde controleregeltypes die u kunt gebruiken om beschikbaarheid te volgen met Uptrends? Dat bent u hier op de juiste laats. In deze les leert u over DNS-, SSL Certificaat- en FTP-controle.

Welke geavanceerde controleregeltypes voor beschikbaarheid zijn er?

In de vorige les zijn de vier basistypes controleregels voor beschikbaarheid uitgelegd die Uptrends biedt. Maar het is ook mogelijk geavanceerde services te controleren op beschikbaarheid, waaronder DNS, SSL Certificaten en FTP.

  • DNS
    Een DNS-type controleregel monitort uw DNS op stabiliteit en uptime, en test om er zeker van te zijn dat de configuratie normaal blijft.

  • SSL Certificaten
    Een SSL Certificaat-type controleregel monitort uw SSL Certificaten om er zeker van te zijn dat zij altijd beschikbaar en niet verlopen zijn.

  • FTP
    Een FTP-type controleregel monitort uw FTP-server op uptime en beschikbaarheid.

Geavanceerde controleregels voor beschikbaarheid toevoegenen configureren

Herinnert u zich de quizvraag die we in de vorige les noemden? Hier is dan de vraag – weet u nog hoe u een controleregel voor beschikbaarheid toevoegt? Dat gaat bijna op dezelfde manier. We geloven in u!

  1. Klik op de knop + Controleregel toevoegen in het menu Controleregels op het hoofdmenu.
  2. Het configuratiescherm Nieuwe controleregel verschijnt. Voer eerst de naam voor uw controleregel in en kies dan de controlefrequentie.

    Opmerking:Met de controlefrequentie stelt u in hoe vaak onze 132+ mondiale controlestations controleren of uw website of webservice in de lucht is.

  3. Ga dan verder en kies uw controleregeltype. Selecteer DNS, SSL Certificaat of FTP in het menu Type.
  4. Vanaf hier wordt het iets dynamischer. Elk geavanceerd controleregeltype voor beschikbaarheid biedt andere configuratieopties. Volg het pad dat hoort bij het type dat u wilt monitoren.

    DNS:
    a. Voer de domeinnaam of IP-adres van uw DNS-server in in het invoervak DNS Server.

    b. Selecteer dan het type DNS-query dat het meest relevant is voor uw behoeften.

    U kunt kiezen uit: A Record, AAAA Record, CNAME Record, MX Record, NS Record, SOA Record, TXT Record en Root Server.

    c. Vervolgens voert u de testwaarde in in het invoervak Testwaarde. Hierop test onze controleservice uw DNS. Doorgaans bevat dit veld de domeinnaam die u wilt controleren.

    d. Tot slot voert u in het vak Verwacht resultaat het resultaat in dat u verwacht van de test. Bij een domeinnaamtest bijvoorbeeld (een A Record query), vult u het IP-adres van uw domeinnaam in.

    SSL Certificate:
    a. Voer in het veld URL de URL in van de domeinnaam waar het SSL Certificaat voor wordt gebruikt.

    b. Vul de gegevens van uw SSL Certificaat in de betreffende velden in: Algemene naam, Organisatie, Organisatorische eenheid, Serienummer, Vingerafdruk, Verleend door algemene naam, Verleend door organisatie, Verleend door organisatorische eenheid en uw Expiratie waarschuwingsdagen.

    Opmerking: Deze informatie is beschikbaar bij de verstrekker van uw SSL Certificaat.

    FTP:
    a. Voer de domeinnaam of het IP-adres van uw FTP-server in in het veld Netwerkadres.

    b. Als de poort van uw FTP-server een andere is dan de standaard weergegeven poort, wijzigt u deze in de juiste.

  5. Als u tevreden bent met de configuratie van uw nieuwe controleregel, klikt u op de knop Opslaan. Nu hebt u uw nieuwe geavanceerde controleregel voor beschikbaarheid toegevoegd!

    Opmerking: Onderzoek ook de andere controleregelinstellingen in de tabbladen boven aan het scherm Nieuwe controleregel.