Begin nu met monitoren en ontvang 20% korting op uw eerste factuur. Beschikbaar voor alle Uptrends-abonnementen.

In dit artikel worden de API-velden beschreven die relevant zijn voor het werken met de Monitor API.

De definitie van een Monitor-object bevat veel velden. Sommige velden zijn van toepassing op alle controleregels (bijvoorbeeld MonitorGuid, Name, CheckInterval enzovoort). Echter, aangezien verschillende typen controleregels verschillende instellingen vereisen, zijn veel velden alleen relevant voor specifieke controleregeltypen.

Algemene controleregelvelden

Veldnaam Beschrijving
MonitorGuid De unieke ID van de controleregel. Deze waarde wordt geretourneerd wanneer u een bestaande controleregel ophaalt met GET of wanneer u een nieuwe creëert met POST. Dit veld moet in uw request body worden weggelaten als u POST gebruikt. Het kan worden gespecificeerd in PUT- of PATCH-requests, maar moet overeenkomen met de monitorGuid die is gespecificeerd in de URL van uw API call.
Name De naam van de controleregel. Let erop dat u een naam gebruikt die niet leeg is en niet al bestaat in uw account.
IsActive

True of False. Geeft aan of de controleregel actief wordt uitgevoerd in de account. De waarde kan niet worden ingesteld op True als MonitorMode is ingesteld op Development.

GenerateAlert

True of False. Wanneer ingesteld op False, worden er geen alerts gegenereerd voor deze controleregel in geval van een fout (error).

CheckInterval Numerieke waarde voor het tijdsinterval tussen afzonderlijke controles, in minuten. De maximumwaarde is 240 (4 uur). De minimumwaarde is afhankelijk van het type controleregel. Voor Full page checks, Echte browser checks en Transacties is het minimum meestal 5.
MonitorType

Het controleregeltype. Nadat een controleregel is gecreëerd, mag het type niet worden veranderd. Mogelijke waarden zijn Http, Https, Connect, Ping, POP3, SMTP, FTP, MySQL, MSSQL, WebserviceHttp, WebserviceHttps, Transaction, DNS, FullPageCheck, RealBrowserCheck, Certificate, SFTP, MultiStepApi, IMAP. Misschien zijn niet alle typen beschikbaar voor u: dit is afhankelijk van uw tariefstructuur.

MonitorMode

De controleregelmodus, hetzij Development, Staging of Production. Zie dit artikel voor meer informatie.

Notes Uw notities voor deze controleregel.
SelectedCheckpoints De controlestationregio's of individuele controlestations waar deze controleregel zal worden uitgevoerd
UsePrimaryCheckpointsOnly

True or False. De aanbevolen waarde is True. Stel dit alleen in op False als u zeker weet dat u uw controleregel op niet-primaire controlestations wilt uitvoeren. Zie dit artikel voor meer informatie.

IsLocked

True or False, en een alleen-lezenveld. Het specificeert of de controleregel momenteel is locked for editing (vergrendeld voor bewerking). Dit gebeurt als het Support team uw controleregel aan het beoordelen is. Als u dit veld in een POST-request opneemt, moet u de waarde False specificeren. Als u dit veld opneemt in een PUT- of PATCH-request, kunt u alleen de huidige waarde voor deze controleregel specificeren

Velden voor specifieke controleregeltypen

Omdat elk controleregeltype een ander doel heeft, behoeven verschillende typen controleregels hun eigen instellingen. In de volgende tabel wordt uitgelegd welke velden geschikt zijn voor welke controleregeltypen. De betekenis van de typespecifieke velden wordt hieronder uitgelegd. Houd er rekening mee dat de documentatie voor deze velden steeds toeneemt. Als u niet zeker bent van een bepaald veld, bekijk dan de bijbehorende instellingen in de Uptrends-applicatie zelf of neem contact op met Support voor meer informatie.

Https Http FPC RBC Transaction MSA Webservice Http Webservice Https DNS SSL Certificate SFTP FTP SMTP POP3 IMAP MS SQL server MySQL Ping Connect
MonitorGuid
MonitorType
Name
CheckInterval
Mode
IsActive
GenerateAlerts
SelectedCheckpoints
UsePrimaryCheckpointsOnly
IsLocked
IpVersion
NativeIPv6Only
NetworkAddress
Port
Url
UserAgent
Username
Password
Notes
AlertOnLoadTimeLimit1
LoadTimeLimit1
AlertOnLoadTimeLimit2
LoadTimeLimit2
AlertOnMinimumBytes
MinimumBytes
CustomFields
MatchPattern
TransactionStepDefinition
MsaSteps
PredefinedVariables
SelfServiceTransactionScript
CertificateName
CertificateOrganization
CertificateOrganizationalUnit
CertificateSerialNumber
CertificateFingerprint
CertificateIssuerName
CertificateIssuerCompanyName
CertificateIssuerOrganizationalUnit
CertificateExpirationWarningDays
CheckCertificateErrors
ImapSecureConnection
DatabaseName
DnsServer
DnsQuery
DnsTestValue
DnsExpectedResult
AlertOnMaximumBytes
MaximumBytes
AlertOnMaximumSize
ElementMaximumSize
IgnoreExternalElements
AlertOnPercentageFail
FailedObjectPercentage
DomainGroupGuid
HttpMethod
CheckHttpStatusCode
ExpectedHttpStatusCode
TlsVersion
RequestBody
BrowserType
BrowserWindowDimensions
AuthenticationType
RequestHeaders
ThrottlingOptions
BlockGoogleAnalytics
BlockUptrendsRum
BlockUrls
SftpAction
SftpActionPath
Field name Description
IpVersion IpV4 of IpV6. Geeft aan welke IP-versie moet worden gebruikt om verbinding te maken met de server of het netwerkadres dat u opgeeft. Als u IPv6 kiest, wordt de controleregel alleen uitgevoerd op controlestationlocaties die IPv6 ondersteunen.
NativeIPv6Only True of False. Deze instelling is alleen van toepassing wanneer u IpV6 selecteert voor het veld IpVersion. Stel deze waarde in op true om uw controleregel alleen uit te voeren op controlestationservers die native IPv6-connectiviteit ondersteunen.
NetworkAddress Het netwerkadres dat moet worden gebruikt om verbinding te maken met de server of dienst die u wilt monitoren. Als u een hostnaam opgeeft (bijvoorbeeld server.your-domain.com), wordt die hostnaam resolved tijdens een controleregelcheck op de controlestationserver die de controle uitvoert, aan de hand van de DNS-instellingen die beschikbaar zijn op die locatie. U kunt ook een IPv4- of IPv6-adres opgeven. Wilt u een specifiek poortnummer opgeven (indien van toepassing), gebruik dan het veld Poort. Poortnummers mogen niet worden opgenomen in het veld NetworkAddress.
Port Het TCP-poortnummer dat moet worden gebruikt om een verbinding tot stand te brengen met de hostnaam of het IP-adres dat u hebt gespecificeerd.
Url De volledige URL van de juiste website, pagina of dienst die u wilt monitoren. De URL moet http:// of https:// bevatten. Voeg indien relevant ook een poortnummer toe als u een niet-standaard poortnummer gebruikt, bijvoorbeeld https://your-domain.com:8080/your-page. U kunt ook een vast IP-adres gebruiken als onderdeel van de URL in plaats van een hostnaam, als uw server luistert naar inkomende requests zonder hostnaam.
UserAgent Een stringwaarde die identificeert welke HTTP-client de HTTP-request doet. Een browser verstuurt doorgaans een waarde die het browsertype en -versie identificeert. Een Chrome-browser bijvoorbeeld, kan Mozilla/5.0 (Windows NT 10.0; Win64; x64) AppleWebKit/537.36 (KHTML, like Gecko) Chrome/67.0.3396.79 Safari/537.36 sturen. U kunt elke gewenste tekst invullen, zolang uw webserver die als geldige user agent accepteert. Bij veel websites en API's doet dit er niet toe, maar sommige zijn er heel kieskeurig in. Voor FPC-, RBC- en Transactie-controleregels: als u deze waarde leeg laat, wordt de native user agent verzonden, d.w.z. de useragent-waarde die wordt geproduceerd door de feitelijke browser die wordt gebruikt om de controleregel uit te voeren.
AuthenticationType Het type HTTP-authenticatie dat gebruikt moet worden om authenticatiegegevens samen met de uitgaande request te versturen. Voor HTTP(S)- en Webservice HTTP(S)-controleregels, voor SSL-certificaatcontroles en voor authenticatie binnen een Multi-step API-stap zijn de volgende waarden beschikbaar: None, Basic, NTLM, Digest. Kies voor RBC-, FPC- en Transactie-controleregels None of  Basic. Dit veld is niet van toepassing op andere controleregeltypen.
Username Voor controleregeltypen die  HTTP-authenticatie ondersteunen (zie het veld AuthenticationType), specificeert u hier de gebruikersnaam van de juiste inloggegevens. Andere controleregeltypen, waaronder SFTP, FTP, SMTP, POP3, IMAP, SQL Server en MySQL ondersteunen ook authenticatie voor het juiste protocol.
Password Zie het veld Username Specificeer hier de bijbehorende wachtwoordwaarde.
Notes Specificeer uw eigen aangepaste notities voor deze controleregel.