Uptrends ontwierp zijn HTTP(S)-controleregels om de beschikbaarheid en snelheid van uw website te controleren. Maar als u andere, niet-webgebaseerde, apparaten binnen uw netwerk moet controleren die buiten uw firewall bereikbaar zijn, heeft u een Network check nodig. Uptrends stelt uw team op de hoogte wanneer er een fout met het gespecificeerde URL- of IP-adres optreedt, en afhankelijk van de fout ontvangt u een traceroute om u te assisteren bij het oplossen van het probleem. Met Network checks heeft u twee opties: Ping of Connect.

Ping

Als u de Network check Ping selecteert, gebruiken Uptrends' controlestations ICMP (Internet Control Message Protocol) om een echo request te versturen. Uptrends verzamelt en rapporteert responstijden en verstuurt alerts als er fouten worden gevonden in de reply.

Opmerking: ICMP moet ingeschakeld zijn op het apparaat om onnodige alerts te voorkomen; ook bij zwaar netwerkverkeer negeren apparaten soms ICMP requests.

Connect

Als u de Network check Connect selecteert, zal Uptrends proberen te verbinden met het poortnummer dat u toekent. U kunt ieder poortnummer specificeren; om bijvoorbeeld een SSH (Secure Shell)-verbinding te maken met een Linux box specificeert u poort 22.

Functies

Zowel Ping als Connect biedt talrijke opties voor uw monitoring.

Frequentie

Hoewel de standaardinstelling voor de controlefrequentie 5 minuten is, kunt u deze aanpassen en instellen op een frequentie tussen1 minuut en eenmaal per uur.

Opmerking: Uw controlefrequentie is de tijd tussen het einde van de ene controle en het begin van de volgende. Lees meer >

IP-versie

IPv4 is lang de standaard geweest, maar de nieuwe versie IPv6 is wordt snel populairder. De meeste controlestations van Uptrends ondersteunen IPv6, en dit worden er steeds meer.

Opmerking: We raden aan de controles zo te configureren dat zowel IPv4 als IPv6 wordt gemonitord. De twee versies gaan verschillend om met routing, waardoor tests kunnen mislukken in de ene versie terwijl die in de andere versie wel slaagt.

Performance

Trage verbindingen of pings kunnen duiden op andere netwerk- of hardwareproblemen. Op het tabblad Alertcondities kunt u laadtijdlimieten instellen waarbij u op de hoogte wordt gesteld als uw netwerk performanceproblemen heeft.

Traceroute

Uptrends voert in verschillende gevallen traceroute-diagnostiek uit:

  1. Als onderdeel van een monitorcontrole, wanneer de controleregel een connectiviteits-/netwerkprobleem vermoedt. Wanneer een HTTPS-controleregel bijvoorbeeld contact probeert te maken met de webserver, maar er geen TCP-verbinding kan worden gemaakt naar het IP-adres van de server, wordt er een traceroute uitgevoerd om extra diagnostische informatie te verzamelen over de connectiviteit tussen de controlestationlocatie van Uptrends en uw server.
  2. Wanneer u de gratis traceroute-tool gebruikt om een uitvoerige traceroute uit te voeren op een van de controlestationservers van Uptrends.

Het is belangrijk om te weten welk type traffic wordt verwacht wanneer deze traceroutes worden uitgevoerd. Traceroute-implementaties gedragen zich verschillend op verschillende platforms: sommige implementaties gebruiken UDP-pakketten, sommige gebruiken TCP-pakketten en sommige gebruiken ICMP (ping) echo requests. De traceroutes die Uptrends uitvoert, worden altijd uitgevoerd op Windows-servers, die ICMP-pakketten gebruiken.

Daarom zal het gebruik van Uptrends om traceroutes naar uw netwerkomgeving uit te voeren alleen werken als uw netwerk ICMP-pakketten toestaat. Er is geen TCP- of UDP-traffic bij betrokken.