Uptrends biedt een breed scala aan synthetische controleregeltypes, waaronder Uptime-, Browser-, Transactie- en API-controleregels. Elk controleregeltype heeft verschillende configuratieopties waarmee u kunt definiëren wat u wilt monitoren, hoe vaak controles worden uitgevoerd, wat als een fout telt en hoe alerts worden geactiveerd.
Door deze instellingen te configureren, zorgt u ervoor dat uw monitoring de informatie vastlegt die u nodig heeft op basis van uw vereisten en nauwkeurige inzichten biedt. U kunt deze instellingen openen en aanpassen door de Controleregel-editor te openen. Zie Een controleregel creëren voor instructies over het openen van de Controleregel-editor.
Toegang tot de Controleregel-editor
U kunt de editor openen via een van de beschikbare opties, afhankelijk van uw interface:
- Ga naar Monitoring > Controleregels beheren. Klik op een controleregel die u wilt bewerken.
- Hover in Synthetics boven een controleregeltype en klik op de instellingenpagina. Klik op een controleregel die u wilt bewerken.
- Ga naar Configureren > Controleregels +.
Controleregel-editor
Gebruik de Controleregel-editor om een controleregel van begin tot eind te configureren. Gerelateerde opties zijn gegroepeerd in secties, zodat u de instellingen in duidelijke volgorde kunt doorlopen.

Uptrends biedt een vereenvoudigde weergave van de Controleregel-editor, die alleen beschikbaar is in de moderne webapplicatie-interface. Deze toont een eenvoudige flow voor het configureren van essentiële controleregelinstellingen. Als u onder aan de pagina op de knop Ga naar geavanceerde instellingen klikt, worden er meer opties weergegeven.

De volgende secties beschrijven de instellingen die u kunt configureren in elk tabblad van de Controleregel-editor. API- en transactiecontroleregels hebben extra controleregelspecifieke instellingen die hier niet worden behandeld. Voor API-controleregelspecifieke instellingen, zie Overzicht Multi-step API monitoring. Voor transactiecontroleregelspecifieke instellingen, zie Stappen in een transactiecontroleregel begrijpen.
Tabblad Algemeen
Het tabblad Algemeen bevat de algemene controleregelinstellingen, waar u de naam, status en andere details van uw controleregel kunt instellen. Op dit tabblad kunt u de volgende instellingen per categorie aanpassen:

Algemeen
- Stel een controleregeltype in.
- Stel een controleregelnaam in.
- Stel het controle-interval in minuten in om aan te geven hoe vaak uw controleregel wordt gecontroleerd.
- Kies tussen standaard of gelijktijdige monitoring om te specificeren of de controleregel op meerdere controlestationlocaties tegelijkertijd moet worden uitgevoerd of niet.
Status
- Stel de controleregelmodus in om aan te geven of uw controleregel in de modus development, staging of production moet worden uitgevoerd.
- Schakel de controleregelstatus in (activeren) of uit (deactiveren).
- Schakel het genereren van controleregelalerts in (activeren) of uit (deactiveren).
Details
- Stel het IP-adres in dat wordt gebruikt om verbinding te maken met de controlestationserver.
- Stel de URL of het IP-adres in van de website, webservice of server die u wilt monitoren.
- Gebruik dynamische waarden in URL en post-inhoud.
- Stel het browsertype in dat wordt gebruikt om de website te laden.
- Stel domeingroepen in om meerdere domeinen te beheren en organiseren.
- Stel het poortnummer in bij specifieke controleregeltypes.
Metadata
- Voeg controleregelnotities toe om het doel en gebruik van de controleregel te beschrijven.
- Gebruik vrije velden om externe informatie en aangepaste data van integraties van derden op te nemen in uw alerting.
Stappen
Het tabblad Stappen bevat de instellingen voor het creëren en beheren van API-scenario’s of de gebruikersnavigatieflow voor geselecteerde controleregels.
In een multi-step API-controleregel kunt u met dit tabblad API-calls instellen, HTTP-requests beheren en HTTP-responses valideren. U kunt echte API-workflows simuleren om de performance en beschikbaarheid van uw eindpunten te monitoren. Zie het artikel Overzicht Multi-step API monitoring voor meer informatie.

In een transactiecontroleregel kunt u met dit tabblad een gebruikersreis simuleren om de transactieflow van uw website van begin tot eind te testen. U kunt realistische scenario’s nabootsen, zoals het invullen van een formulier, het toevoegen van artikelen aan de winkelwagen of het plaatsen van een bestelling, om te valideren dat gebruikers met uw website kunnen communiceren en dat deze naar verwachting functioneert. Zie Stappen in een transactiecontroleregel begrijpen voor meer informatie.

Tabblad Foutcondities
Het tabblad Foutcondities bevat alle condities die u kunt instellen om uw controleregel te informeren over eventuele fouten op uw website, webservice of server. Op basis van deze condities beslist uw controleregel welk websitegedrag in een fout resulteert en welk niet. Zie het knowledgebase-artikel Overzicht foutcondities voor meer informatie.

Tabblad Extra
Het tabblad Extra bevat de volgende categorieën om browsertypes, HTTP-requests en authenticatie-instellingen voor uw controleregel verder aan te passen:

Extra
- Stel de user agent in om het browsertype en besturingssysteem van de gebruiker te identificeren. Zie het artikel User agent voor meer informatie.
Browser
- Stel het browsertype in dat zal worden gebruikt om de website te laden.
- Specificeer of de browser die wordt gebruikt om het gedrag van uw website te testen op een desktop of mobiel apparaat zal draaien. Geef de juiste instellingen op, zoals schermgrootte, user agent of apparaatmodel, afhankelijk van wat van toepassing is.
Meting
- Stel de laadtijd in op basis van het W3C-kengetal total time of uw eigen netwerkactiviteit.
Verbinding
- Gebruik bandbreedte begrenzen om opzettelijk de hoeveelheid data te beperken die in een bepaalde tijd via een netwerkverbinding kan worden overgedragen.
- Blokkeer of schakel uitgaande requests naar Google Analytics uit.
- Blokkeer of schakel Uptrends RUM uit om extra RUM-paginaweergaven te voorkomen.
- Blokkeer specifieke URL’s om te voorkomen dat de controleregel requests naar die adressen stuurt.
- Stel een DNS bypass in om bepaalde URL’s om te zetten naar een aangepast IP-adres.
Authenticatie
- Gebruik Basic-, NTLM- (Windows) of Digest-authenticatie als de website die u monitort authenticatie vereist als onderdeel van de HTTP-request. Voer uw inloggegevens in de velden gebruikersnaam en wachtwoord in. Houd er rekening mee dat Uptrends uw data altijd versleutelt ter bescherming.
HTTP request
- Stel de HTTP-methodes (GET/POST), request headers en request body in voor een specifiekere monitoringconfiguratie.
- Schakel de controle op SSL-certificaatfouten in of uit.
- Stel specifieke TLS-versies in die moeten worden ondersteund bij het uitvoeren van een controleregelcheck.
- Stel specifieke HTTP-versies in die moeten worden ondersteund bij het uitvoeren van een controleregelcheck.
Meer informatie vindt u in Andere websites dan de productieserver monitoren.
Tabblad Controlestations
Op het tabblad Controlestations kunt u controlestationlocaties opgeven voor het monitoren van uw server, website of webservice. Zie het knowledgebase-artikel Controlestations voor meer informatie.

Tabblad Onderhoudsperiodes
Op het tabblad Onderhoudsperiodes kunt u onderhoudsperiodes plannen wanneer uw servers, websites of webservices niet beschikbaar zijn voor gepland onderhoud. Zie het knowledgebase-artikel Onderhoudsperiodes voor meer informatie.

Tabblad Lid van
Op het tabblad Lid van kunt u uw controleregel opnemen als lid van een controleregelgroep. Zie het knowledgebase-artikel Controleregelgroepen voor meer informatie.

Tabblad Gebruikersrechten
Op het tabblad Gebruikersrechten kunt u gebruikersrechten instellen voor een individuele operator of operatorgroep. Zie het knowledgebase-artikel Gebruikersrechten voor meer informatie.
